De 3 grootste misverstanden over werken met recyclaat

En hoe het vaak wél kan

Steeds meer bedrijven stappen over op gerecycled kunststof (recyclaat). Omdat ze het willen, omdat het gevraagd wordt óf allebei. De wens is groot, maar de uitvoering lijkt nog weleens een drempel te zijn. In deze blog helderen we de 3 grootste misverstanden op over recyclaat.

Regelmatig spreken we bedrijven die zoeken naar een duurzamer alternatief voor de kunststof waarmee ze – soms al tientallen jaren – produceren. Een aantal van die bedrijven heeft al eens geprobeerd met recyclaat te werken, maar zijn nog niet overtuigd. ‘Het loopt niet lekker op de spuitgiet- of extrusiemachines.’ Of: ‘Mijn product brak sneller.’

Dat kan natuurlijk! Maar dat betekent nog niet dat het onmogelijk is om recyclaat in te zetten. Met de juiste kennis en handelingen kan er meer dan je denkt. Te vroeg concluderen dat recyclaat geen optie is, is dan natuurlijk jammer.

 

Hoe dan wel?

Door vooraf goed in kaart te brengen aan welke eisen jouw product moet voldoen én welke eigenschappen het recyclaat moet hebben. Je wil namelijk weten welke impact een switch naar recyclaat heeft op drie aspecten: het productieproces, het uiterlijk van je product én de kwaliteit van je product. Dat leggen we verder uit aan de hand van drie misverstanden over recyclaat:

 

1. Mijn machines kunnen er niet goed mee werken (productieproces)

Vraag een operator die ooit met recyclaat heeft gewerkt zónder het proces aan te passen, en het antwoord zal overwegend negatief zijn. MFI waarde recyclaat

Klopt de aanname? Dat werken met recyclaat aandacht vraagt klopt. Het kan uitdagend zijn. Meestal zit die uitdaging in de ‘vloei’ van het materiaal, ofwel: de MFI-waarde. Als je virgin kunststof inkoopt, is de MFI-waarde constant. Bij recyclaat kan de MFI-waarde hoger of lager zijn dan virgin. Ook kan de MFI-waarde variëren, omdat de bron ook steeds varieert. Je kunt hier problemen mee krijgen in de productie.

 

Wat is de oplossing? Hier leiden meerdere wegen naar Rome. Ten eerste kun je een ander recyclaat zoeken met de juiste MFI-waarde. Een tweede oplossing is de MFI-waarde te laten verhogen of verlagen door de formulering aan te passen. Je kunt lage en hoge MFI-recyclaat namelijk met elkaar mengen. Een andere optie is dat je virgin kunststof bij laat mengen. Tot slot kun je variatie opvangen door het proces en materiaal goed op elkaar af te stemmen. In het voorbeeld lees je wat je kunt doen bij een variërende MFI-waarde.

 

Vooraf kwaliteitstesten doen is dus cruciaal. En de MFI-waarde bepalen, dat is daar een belangrijk onderdeel van. Lees alles over inkomende kwaliteitstesten in deze blog.

 

2. Mijn product ziet er niet hetzelfde uit (uiterlijk/optisch)

‘De kleur die ik gebruik is niet beschikbaar in recyclaat. De producten zijn niet zo transparant als met virgin kunststof of er zitten strepen in. De consument wil dat niet.’

 

Klopt de aanname? Ja en nee! Over de beschikbaarheid: gelukkig zijn er tegenwoordig veel meer kleuren recyclaat beschikbaar omdat de sorteringsprocessen verbeterd zijn. Kom je vandaag de dag nog steeds niet aan je kleureisen? Neem dan je klant mee in de verduurzaming, zoals in het voorbeeld van de verfemmer (zie kader).

recyclaat verfemmers

Wat is de oplossing? Wil je overstappen op recyclaat en is jouw kleur lastig te matchen? Dan zal je moeten ‘omdenken’ en je marketing en de (eind) klant mee moeten nemen in de verduurzaming slag.

Met het loslaten van de optische eigenschappen wordt de keuze reuze in gerecycled plastic. Natuurlijk gaat dat niet voor elk product op. Omdat het een zichtbaar onderdeel is van een ander product of omdat het glanzend of transparant moet zijn. Daarom denken we altijd graag mee in zo’n overstap.

 

“De overstap op recyclaat kan iets vragen van je product-design of marketing.”

Martine Bonnema, Business Manager R&D

 

3. De kwaliteit is niet goed genoeg (mechanisch)

‘Met recyclaat wordt mijn product brosser en breekt het sneller. Ik kan niet vertrouwen op een kwalitatief hoog resultaat.’ slim ontwerpen recyclaat

Klopt de aanname? Ook hier is het antwoord: ja en nee. Gerecycled materiaal dat keer op keer is verwerkt, kan degraderen.  Daardoor wordt het minder sterk of een stukje brosser. Ook kent recyclaat meer variatie (zie ook het eerste punt) en kan de kwaliteit van je product variëren.

Wat is de oplossing? Meten is weten! Aan welke eisen moet je product minimaal voldoen? Wordt jouw product zwaar belast, dan is er een hoogwaardig recyclaat nodig of kun je het laten modificeren met additieven.  Of je zult het eerst moeten doen met een mix van virgin en recyclaat zoals in dit project. Vooraf onderzoeken hoeveel procent recyclaat je kan (laten) bijmengen is dus belangrijk. Ervaring leert dat tegenwoordig veel producten ontworpen zijn op een hogere kwaliteit dan feitelijk nodig.  Door (opnieuw) de minimale producteisen vast te stellen, maak je als het ware een ‘paspoort’ van jouw product. Daarmee weet je precies welke waardes (de materiaaleigenschappen) je recyclaat moet hebben. Dat verruimt je keuze uit recyclaten aanzienlijk.
Een screening vooraf is dan ook onmisbaar, van zowel van je huidige als nieuwe materiaal. Alleen zo weet je of je met een bepaald type recyclaat  aan de kwaliteit kan voldoen. We adviseren altijd minstens het volgende te onderzoeken en een benchmark te doen: FTIR-ATS, DSC, verassing, MFI, treksterkte, impactsterkte. Lees meer over deze testen in deze blog.

Na deze testen heb je een aantal opties: je machines anders instellen, een ander recyclaat type kiezen of een additief toevoegen om zo wél de juiste kwaliteit te behalen.

 

Day-to-day business

Tot zover de uitdagingen en oplossingen. We hopen je alvast meer inzicht te hebben gegeven welke kennis je zoal nodig hebt over jouw product en welke eigenschappen van het recyclaat belangrijk zijn.

We begrijpen goed dat de day-to-day business al uitdagend genoeg kan zijn. Het is dan ook handig om een samenwerkingspartner te zoeken die je hierin kan ondersteunen. Denk bijvoorbeeld aan je leverancier of vraag ons als onafhankelijk partner. Voor ons is recyclaat namelijk day-to-day business.

Benieuwd wat overstappen op recyclaat voor jouw product betekent? Neem vrijblijvend contact met ons op en we denken graag met je mee.

Polymer Science Park(PSP), het innovatiecentrum voor toegepaste kunststoftechnologie, bestaat deze maand 12,5 jaar. Ontstaan vanuit een regionale samenwerking is PSP uitgegroeid tot een begrip in de kunststofindustrie. Vanuit haar pand op de Ceintuurbaan 15 in Zwolle ondersteunen ze bedrijven bij het ontwikkelen van duurzame en circulaire kunststofproducten en technologieën.

 

Hoe is het begonnen?

De Regio Zwolle is een regio waar veel kunststofbedrijven gevestigd zijn. Reden genoeg om juist in deze regio een plaats te creëren waar kunststofinnovaties worden versneld. PSP is ontstaan vanuit een samenwerking tussen meerdere lokale partijen met de ambitie om een vestigingsplaats te creëren voor onderwijsinstellingen, onderzoeksinstellingen, ondernemingen en overheid op het gebied van kunststoffen en coatings. Het doel daarbij is om makkelijker toegang te bieden tot kennis, netwerk, nieuw talent en financiers.

 

“Polymer Science Park is een broedplaats van nieuwe producten en ideeën, zodat de aantrekkelijkheid voor bedrijven en kenniswerkers toeneemt. De verwachting is dat met het inrichten van Polymer Science Park de basis wordt gelegd voor het stimuleren en versterken van de concurrentiepositie van regionale bedrijven op nationale en internationale markten.”

Aldus Ron Nuwenhof, Teammanager Tech bij Oost NL en betrokken bij de start van Polymer Science Park

 

Polymer Science Park door de jaren heen

In de afgelopen 12,5 jaar is er veel veranderd bij PSP, maar de basis is nog elke dag terug te vinden op de werkvloer. Zo worden samenwerkingen geïnitieerd door het netwerk bij elkaar te brengen, innovaties worden versneld en technisch personeel wordt getraind om te werken met de nieuwste toepassingen en technieken. Door de jaren heen is het PSP-team uitgegroeid tot een team van 17 experts met ieder hun eigen specialiteiten die ze inzetten voor de deelnemers, partners en klanten. In de afgelopen jaren zijn er al mooie innovaties versneld, mede dankzij PSP zoals bij de circulaire matrassen van Auping.

 

“PSP brengt de experts uit hun netwerk samen. Dat zorgt voor kruisbestuiving en versnelling van innovatie in de regio.“

Aldus Jan Elenbaas, Managing Director Global Technology & Innovation Center bij Orbia (Wavin)

 

 

Proud member of Polymer Science Park

Het koperen jubileum is een mooie gelegenheid voor PSP om haar deelnemers en partners te bedanken. Dat doen ze met een bordje voorzien van de opdruk ‘Proud member of Polymer Science Park’. Dit bordje benadrukt de nauwe samenwerking en laat zien dat onze deelnemers en partners bewust bezig zijn met innoveren naar toekomstbestendige kunststoffen, Future Proof Polymers.

 

Hoe ziet de toekomst eruit?

De afgelopen twee jaar heeft het team van PSP onder begeleiding van Gijs Langeveld het aanbod van PSP verder aangescherpt om klanten beter te ondersteunen met research & development, training en netwerk. Binnen het onderdeel netwerk blijft PSP structureel evenementen organiseren zoals het Nationaal Kunststof Congres en het Kunststof Seminar. Maar ook themabijeenkomsten met als doel het vormen van samenwerkingen. Binnen het onderdeel research & development helpt PSP bedrijven met circulaire innovaties en daarnaast brengen ze met trainingen het kennisniveau in de sector naar een hoger niveau.

 

“Bedrijven zoals recyclers, compoundeurs, producenten en brand owners staan voor de uitdaging om kunststofproducten volgens nieuwe richtlijnen te produceren. Bedrijven werken nauw samen met PSP om toekomstbestendig te worden, bijvoorbeeld door meer inzet van recyclaat of biobased grondstoffen.”

Aldus Gijs Langeveld, Managing Director Polymer Science Park

 

Wil je weten wat PSP voor jouw bedrijf kan betekenen? Neem dan vrijblijvend contact met ons op.

Al miljarden jaren lang heeft Moeder Natuur een fascinerend palet aan biopolymeren gecreëerd, waarvan sommige ware kunstwerken zijn. In deze blog gaan we dieper in op de wereld van biopolymeren en ontdekken we de diversiteit, functies en toepassingen van deze natuurlijke chemische verbindingen. 

 

Lignocellulose: Bouwsteen van de Natuurlijke Wereld

Het ligt voor de hand om te beginnen met het meest voorkomende polymeer op aarde dat ongeveer 50% van de totale biomassa uitmaakt: lignocellulose. Op afbeelding 1, hier rechts te vinden, is een veronderstelde structuur van lignine in naaldbomenhout te zien. Deze stof in bomen en planten, waaronder gras, wordt steeds meer als grondstof ontdekt. In Groningen werd in 2021 de eerste asfaltweg ter wereld in gebruik genomen, waarin bitumen door lignine werd vervangen. Een voorbeeld dat Rijkswaterstaat verder gaat uitbreiden in het ‘Circuroad’ programma.

 

Chitine: Het Opkomende Alternatief voor PFAS

Chitine is de volgende in de lijst van meest voorkomende biopolymeer op aarde. Het is in vrijwel alle insecten, schaaldieren maar ook in schimmels (paddenstoelen) te vinden. Chitosan, verkregen door het verwerken van chitine, wordt momenteel ontwikkeld als alternatief voor perfluorverbindingen, zoals PFAS. Derivaten van chitosan zijn water- en olieafstotend te maken.

 

De diversiteit van biopolymeren komt tot uiting in hun structuur, waarbij zowel homogene als heterogene, lineaire als vertakte configuraties en co-polymerisaties mogelijk zijn. Homogene biopolymeren hebben een uniforme samenstelling en structuur, en alle sub eenheden (monomeren) in het polymeer zijn identiek. Een voorbeeld is desoxyribonucleïnezuur (DNA). Daarentegen hebben heterogene biopolymeren een niet-uniforme samenstelling en structuur, en bestaan uit verschillende soorten monomeren, zoals eiwitten die uit verschillende aminozuren zijn samengesteld. Alhoewel hierop ook weer uitzonderingen zijn, zoals de co-polymeren van gelatine die uit repeterende tripletten van (glycine-X-Y)n bestaan, waarin X en Y meestal proline en hydroxyproline zijn. De afbeelding hieronder toont links DNA met repeterend eenheden van cytidine, desoxyadenosine, desoxyguanosine en thymidine, in het midden collageen als voorbeeld van een gecopolymeriseerd, relatief homogeen eiwit waaruit gelatine kan worden gewonnen en rechts een complex heterogeen eiwit.

 

Bioactieve Biopolymeren: Natuurlijke Kunstenaars van Functionaliteit

De genoemde biopolymeren geven structuur, stevigheid, bescherming (cellulose, chitine) en energie (zetmeel, glycogeen), maar veel biopolymeren vallen op omdat ze bioactief zijn. Functionele activiteit (zoals regulatie, terugkoppeling, activatie van een cascade) lijkt vooralsnog een eigenschap die meestal bij de door de mens ontworpen polymeren ontbreekt. De natuur kan ons daarbij helpen en inspireren en dat gebeurt in toenemende mate. Een fascinerend voorbeeld, althans voor degene met een bio-organische achtergrond, zijn de ketens van N-acetylsiaalzuur. Te eenvoudig gesteld, maar ze bepalen in hoge mate de groei en aanpassingsvermogen van ons brein. Helaas maken enkele neuro invasieve bacteriën die bijvoorbeeld gevreesde hersenvliesontstekingen veroorzaken, hier misbruik van.

Het antistollingseffect van de heparine is een andere type activiteit van een biopolymeer. De stof wordt in de lever aangemaakt. Professor Stan van Boeckel (verbonden aan het toenmalig Organon) en zijn medewerkers wisten met behulp van computertechnieken (eind jaren 80!) de activiteit van heparine terug te brengen tot een molecuul bestaande uit vijf eenheden met enkele essentiële sulfaatgroepen op stereo chemisch belangrijke posities. Dit baanbrekend onderzoek leidde tot sterk verbeterde antistollingstherapie met organisch synthetische heparine imitaties.

 

Eiwitten: Kampioenen van Actieve Biopolymeren

Aan heparine valt op dat biopolymeren ook een lading kunnen hebben. Heparine en derivaten zijn anionen, maar positief geladen biopolymeren komen ook voor, waarbij stikstof in bijvoorbeeld amine- of guanidiniumgroepen in eiwitten, een belangrijke rol speelt. De functionele groepen in biopolymeren zijn dus divers; behalve sulfaat-, amine-en-guanidiniumgroepen, komen ook veel carbonzuren, fosfaat, methyl, acetyl, glycoloyl groepen voor.

Vanwege hun enorme variëteit en functionaliteit, zijn eiwitten de kampioenen onder de actieve biopolymeren. Moeder Natuur maakt dus niet alleen gebruik van monosachariden en fenolen als bouwstenen voor polymeren, ze doet dat ook met aminozuren en lipiden. Zijde is een intrigerend eiwitcomplex en een grote inspiratiebron voor innovatieve, technologische toepassingen in additieven, films, aero- en hydrogelen, schuim voor medische toepassingen, Nano materialen enzovoorts. Zijde bestaat uit twee eiwitten die in verschillende verhoudingen het product hard of zacht maakt. Dat lijkt op klassieke polymeerchemie, maar dan zonder de vervelende weekmakers.

 

Biopolymeren en chemie

We passen biopolymeren soms met een chemische bewerking aan. Voor mij is leer het meest tot de fantasie sprekende voorbeeld. Al in oude tijden, vanaf circa 9.000 jaren geleden, werden huiden tot leer verwerkt. Voor dit proces werden tannines uit onder andere eikenbast (tannum = eikenbast) ingezet. De negatief geladen tannines hechten via ionbindingen, hydrofobe interacties en waterstofbruggen aan eiwitten. Wijndrinkers kennen het effect van het verschijnsel: tannines in de wijn reageren met mondeiwitten en geven wrange smaak aan de wijn. Hoewel eetbaar, laten we eikels waarschijnlijk om die reden voor de eekhoorns liggen. Vanaf het jaar 1800 werden in toenemende mate chroom- en arseenzouten en formaldehyde (uit rook) voor leerbewerking ingezet. Het komt er in deze processen op neer dat de eiwitten in de huid samenklonteren (verknopen) en complexen vormen.

Fascinerend is hoe de natuur totaal verschillende oligomeren en polymeren combineert. Het zijn koolhydraatketens die covalent aan eiwitten (de zogenaamde glycoproteïnen) gebonden zijn, die bijvoorbeeld meebepalen hoe actief en hoe oud het eiwit mag worden. Parasieten en virussen maken er gebruik van om ons immuunsysteem te misleiden. Dr. Aldert Bergwerff, auteur van deze blog, heeft een aanzienlijke bijdrage geleverd aan de opheldering van de polymeren die de parasiet Schistosoma mansoni (getoond op de afbeelding hiernaast) gebruikt om ons immuunsysteem om de tuin te leiden. De parasiet is de veroorzaker van bilharzia en na malaria de meest voorkomende infectie op aarde.

 

Voor veel polymeerchemici zal het vanzelfsprekend zijn dat polymeren niet in een waterig milieu oplossen. Uit deze blog volgt dat veel biopolymeren juist in waterige oplossing voorkomen. Het mag als bekend worden verondersteld dat daar ladingen (ionbindingen), hydrofiele en hydrofobe eigenschappen, Van der Waals krachten, cross-linking (disulfide bruggen) et cetera aan bijdragen. Daarbij helpt een watermantel (kristalwater) dat een biopolymeer omhult waarbij de hydroxylgroepen van monosachariden (denk aan de glycoproteïnen) een grote rol spelen. Monosachariden zijn immers polyalcoholen en trekken water aan. Ook een slimme vouwing waarbij ontvouwing voor activatie van allerlei functies mogelijk is, verhoogt de oplosbaarheid van grote moleculen. De absolute winnaar op dit gebied is dubbelstrengs DNA. Op de afbeelding hieronder zie je DNA-strengen die aan een stukje hout of een glazen staaf blijven kleven. Menselijk DNA is opgelost en heeft een DP van 3 miljard (baseparen), een lengte van 2 meter (6 miljard nucleotiden x 0,34 nm) en een moleculaire massa van 2×1012 Da. Welk (xenobiotisch) polymeer doet dit na?

 

Biopolymeren, de spiegel voor polymeerchemici

Kortom, biopolymeren zijn fascinerend en kunnen een spiegel voor polymeerchemici zijn. Ze zijn divers en bestaan uit een breed spectrum aan structuren en hebben vele eigenschappen. Ze zijn in hoge mate biocompatibel. Ze worden dus makkelijk verdragen door levende organismen. Ze zijn hernieuwbaar door ze te produceren uit lignine, cellulose, zetmeel, chitine, eiwitten, vetten et cetera. Ze hebben een grote verscheidenheid aan makkelijk aanpasbare functionaliteit, zoals flexibiliteit, sterkte, elasticiteit, oplosbaarheid, en thermische en chemische stabiliteit. Niet onbelangrijk, misschien wel de belangrijkste kwaliteit van biopolymeren in de huidige tijd: ze zijn eenvoudig afbreekbaar. Welke chemicus gaat dit met zijn/haar ontworpen polymeren volgen?

 

Deze blog is tot stand gekomen in samenwerking met de Chemische Kring Zwolle en geschreven door dr. Aldert Bergwerff.

 

De Potentie van Biobased Polymeren

op 12 maart 2024 vindt het Kunststof Seminar: Circulaire Transitie plaats in Almelo. Het thema van dit seminar is ‘De Potentie van Biobased Polymeren’.  Interessante sprekers uit de markt nemen je mee om de businesscase kloppend te maken, of vertellen je meer over de techniek en toepassingen van biopolymeren.

Wil jij gaan werken met biopolymeren of werk je er al mee en wil je samen met andere partijen een businesscase opzetten, kom dan zeker op 12 maart naar Almelo. De plaatsen voor het Kunststof Seminar zijn beperkt, dus koop jouw ticket dus snel op deze pagina.

5 vragen over het testen van kunststof

Je wil een product van de beste kwaliteit kunststof. Logisch! Maar ís die kwaliteit ook goed? En hoe weet je dat zo zeker? Het antwoord is simpel: door regelmatig je ‘ingaande’ kunststofstromen te testen! Met de toevoeging van een aantal eenvoudige tests in je productieproces, zet je mooie stappen in het professionaliseren van je kwaliteitssysteem. Hoe, wat en waarom? Dat lees je aan de hand van de volgende vijf vragen.

 

Allereerst: waarom testen?

 

Virgin, recyclaat, regrinds of een combinatie ervan: je kunt je product uit allerlei stromen kunststof produceren. En ja, lang was virgin de standaard. Het voordeel van virgin is namelijk dat het ontzettend voorspelbaar is. Je weet wat de kwaliteit van de output is, net als hoe je (spuitgiet- of extrusie-) machines op het materiaal moet instellen. Natuurlijk is die voorspelbaarheid comfortabel, maar met de druk op onze grondstoffen en opkomende wetgeving (Nationale Circulaire Plastic Norm), groeit de behoefte naar duurzamere alternatieven.

 

Gelukkig zien we dat steeds meer bedrijven de switch maken naar recyclaat en regrinds. Goed nieuws natuurlijk, maar dat vraagt om een scherpere blik aan de voorkant. Recyclaat kan vervuild zijn of is een samenstelling van meerdere stromen, die in elke batch kan verschillen. Dat is geen ramp, maar je wil wél weten of deze batch aan de achterkant aan de producteisen voldoet. En of je je machinepark op deze variatie moet instellen. Dat zie je niet met het blote oog, maar ontdek je alleen door de ingaande kunststofstromen te testen. Zo zorg je ervoor dat:

  1. Jouw product met de juiste kwaliteit van de band rolt.

    Als je weet wat erin gaat, weet je ook beter welke kwaliteit eruit komt. Prima als het materiaal een beetje variatie toont, maar door te testen weet je of je product aan de achterkant voldoet.

  2. Je productieproces betrouwbaar blijft.

    Als je weet wat je proces ingaat, voorkom je eerder fouten. Zo beperk je de scrap-rate. Met (meestal kleine) aanpassingen aan je machines (of aan de batches zelf), blijft je productie optimaal.

Testen is dus een mooie stap om je processen te professionaliseren. Ook als je nog twijfelt over het overstappen naar (deels) recyclaat: testen geeft zekerheid.

 

“Zorg dat je weet wat je in handen hebt, voordat het je machines raakt.”

aldus Peter van Barneveld, Business Developer

 

Wat wil je testen?

Dan wil je weten waar je op gaat testen. En wat moet je in ieder geval testen om zeker te zijn dat de ingaande kunststofstroom van de juiste kwaliteit is? Bij Polymer Science Park kennen we meer dan 20 verschillende testen. Maar volgens ons zijn dit de vier die je sowieso wil doen om een robuust kwaliteitssysteem op te zetten:

  1. FTIR en DSC
    Met FTIR spoor je verschillende polymeren en onzuiverheden in het recyclaat op, op basis van hun unieke infraroodspectra. Met DSC kun je verschillende polymeren in het recyclaat identificeren, door naar het specifieke smeltgedrag te kijken. Met een of beide testen, weet je zeker of en in welke mate je recyclaat zuiver is.
  2. Ver-assing
    Hiermee bepaal je de hoeveelheid anorganische vervuiling zoals glas, metaal en zand. Zo kan door de aanwezigheid van zand je product sneller breken of de verwerkingsmachine slijten.
  3. Melt Flow Index (MFI)
    MFI meet de vloeibaarheid van je materiaal. Soms is het nodig om de machines net even anders in te stellen voor een goedgevuld product.
  4. Treksterkte en impact test
    Hiermee test je mechanische eigenschappen zoals de treksterkte, stijfheid, rekbaarheid, slagvastheid en taaiheid. Als je de eigenschappen van de batch weet, weet je beter of je product voldoet aan de eisen. Is het sterk, stijf of flexibel genoeg?

 

Wanneer testen?

Dat bepaal je zelf, afhankelijk van je type product en hoeveel je produceert. Vaak zien we dat bedrijven alleen de allereerste batch laten testen, om vervolgens jarenlang op volle toeren te produceren. Terwijl de batches variatie kunnen vertonen en dus ook de samenstelling ervan. Door een aantal tests in te bedden in je productieproces, voorkom je verrassingen. Je kunt bijvoorbeeld standaard tests doen:

  • bij elke batch (of meerdere tegelijk). Bijvoorbeeld MFI;
  • als je wisselt van leverancier;
  • op aantal: steekproefsgewijs bij bijvoorbeeld elke 5e of 10e batch;
  • op tijd: steekproefsgewijs elke 3e week van de maand of bij de start van de week.

Natuurlijk hangt dat ook af van hóe je je kwaliteitssysteem inregelt. Daarmee komen we op het volgende punt.

 

Hoe borg je dat in je kwaliteitssysteem?

Er zijn in de basis twee manieren om je eigen systeem op te zetten:

  1. Door zelf machines aan te schaffen.
    Eerlijk is eerlijk: dat is vooral voor grote bedrijven haalbaar. Zij schaffen de machines aan en leiden de mensen op. Daarvoor zijn middelen én de kennis nodig. Daarom ‘lenen’ we onze specialisten regelmatig uit om mee te denken over de opzet en het trainen van de collega’s. Zo kan het bedrijf daarna zelf de batches testen, de effecten op het product meten en de machines afstellen waar nodig.
  2. Door het testen uit te besteden.

Dat hoeft niet ingewikkeld te zijn. Je stuurt een (of een aantal) batches op en binnen korte tijd is duidelijk of deze voldoen aan jouw kwaliteitseisen. Zo zijn wij al onderdeel van de vaste workflow van een groot aantal bedrijven. Het voordeel is dat we, omdat we veel materiaalstromen kennen, de data breder kunnen interpreteren. Zo kunnen we een bredere analyse doen. Blijkt bijvoorbeeld de treksterkte te laag? Dan kunnen we ook helpen een antwoord te vinden.

 

Daarnaast is het van cruciaal belang dat de data wordt verzameld en geanalyseerd, zodat je een trendanalyse kan maken. Zo kun je terugkijken in de tijd in het geval van een kwaliteitsissue en kan je verbanden proberen te leggen.

 

Je eigen kwaliteitssysteem. Wat zijn de voordelen?

Door te testen (of te láten testen) heb je een groot voordeel. Namelijk: dat je je eigen database en trendanalyse opzet  Dat is handig omdat:

 

  • … het je meer keuzemogelijkheden geeft.
    Je weet precies wat jouw product en proces nodig heeft en welke samenstelling een recyclaat mag hebben. Zo kun je breder kijken dan 1 leverancier.
  • … het voor zekerheid zorgt.
    Natuurlijk, je kunt afgaan op de technische specs van de leverancier van het recyclaat. Maar niet elke leverancier meet hetzelfde of werkt met dezelfde toleranties van vervuiling.
  • …het je onafhankelijk maakt.
    Met name als je het uitbesteedt. Jouw testresultaten zijn onafhankelijk ingewonnen. Mocht een klant of leverancier een kwaliteit-gerelateerde vraag hebben, dan is daar geen twijfel over mogelijk.
  • … het je zekerheid geeft, mocht je nog twijfelen over recyclaat.
    Als je overweegt om te schakelen naar duurzamer kunststof, maar je twijfelt over de kwaliteit. Meten is weten, en zo borg je de kwaliteit aan de voorkant.

 

Gedreven testexperts

Het mag duidelijk zijn dat we enthousiast zijn over testen! Want door een eenvoudige toevoeging van tests, kun je een grote slag slaan in de kwaliteit van je producten én processen. Ook – of misschien wel júist – als je werkt met recyclaat!

 

Ook je kwaliteitscontrole (verder) professionaliseren?

We denken graag mee, neem daarvoor vrijblijvend contact op.

In een tijd waarin het dragen van helmen steeds gebruikelijker wordt, met name door de invoering van helmplichten voor voertuigen zoals fatbikes en snorscooters, kwam Paul Wassenaar (GO-OFF helmen) tot een cruciale realisatie. Hij constateerde dat de meeste helmen geen duurzame oplossingen boden voor een circulaire toekomst. GO-OFF heeft de missie om de grote stroom aan helmen, die normaal na gebruik in de prullenbak belanden, om te zetten in bruikbare grondstoffen.

 

Op zoek naar de circulaire helm

Paul Wassenaar, oprichter van GO-OFF, heeft een achtergrond in de leasebranche, waardoor hij al bewust was van het belang van recyclebaarheid en duurzaamheid. Hij begrijpt dat producten niet slechts eenmalig moeten worden gebruikt, maar dat ze meerdere levenscycli kunnen hebben. Met die ervaring kwam hij op de vraag “Hoe kunnen we onze helmen circulair maken?”

Het project bestaat uit een grondige evaluatie van bestaande helmen om te bepalen in hoeverre ze circulair zijn. Twee helmmodellen werden geselecteerd voor verdere ontwikkeling. Het eerste model, het skatemodel, bleek van nature al makkelijker circulair te maken, omdat de binnen- en buitenschaal eenvoudig van elkaar te scheiden zijn. Daardoor krijg je een schone goederenstroom van het ABS en de piepschuim. Alleen de lijm zorgt nog voor vervuiling.
Het tweede model vereist nog enkele aanpassingen om het recyclingproces te vereenvoudigen door onder andere de magneetjes die nu nog in de helm zitten. Beide modellen werden onderzocht op haalbare recyclingmogelijkheden.

Bij PSP is er gekeken naar het proces van ontmantelen, waar loop je tegenaan. Daarna is het in de schredder gegaan om te kijken of de pure grondstofstromen weer terug te krijgen zijn. Dat is onder meer gedaan met de drijf zink methode, waarbij bleek dat het onnodig was voor de ene helm omdat de binnen- en buitenschaal al eenvoudig van elkaar te scheiden was. De andere helm heeft nog wat redesign nodig, omdat de binnenlaag (piepschuim) en buitenlaag (polycarbonaat) met elkaar zijn verbonden. Daarvoor is een keten uitgedacht en getest waaruit aanbevelingen zijn gedaan over hoe het nog kostenefficiënter kan door het design aan te passen.

 

Toekomstperspectief

De droom, of de illusie, dat de klant een circulair product vereist gaat het komende decennium nog niet gebeuren geloofd Paul. Maar dan nog heb je als bedrijf een keuze om het wél te doen. Meerdere ondernemers gingen je al voor. En het is niet altijd zo dat van 100% product weer hetzelfde product gemaakt kan worden, maar dat is ook niet de bedoeling van circulariteit.

 

”Circulariteit is de basis, niet een verplichting.”

 

Prioriteit één is dat het niet naar de verbrandingsoven gaat en daarom heeft GO-OFF inzamelbakken voor helmen, vergelijkbaar aan de batterij-inzamelbakken. Niet alleen voor eigen helmen, alle merken mogen daarin gedoneerd worden, de aankoop van een GO-OFF helm steunt de circulaire route.

Samenwerking

Onverwachte uitdagingen praktijkgericht aanpakken met de nadruk op het bereiken van duurzame resultaten op de lange termijn, dat is wat Paul opviel aan de samenwerking met PSP. De mouwen opstropen en doen, maar ook verder kijken dan alleen de opdracht zelf. Dat is heel goed. Er wordt extra energie in een project gestoken waar nodig vanuit het principe om met de opdrachtgever een goed resultaat te behalen. Met zoveel intrinsieke motivatie versterk je elkaar op de lange termijn altijd.

Dankzij het onderzoek en de resultaten kan GO-OFF letterlijk zeggen dat de helmen circulair zijn ontworpen. De klant vraagt er nog niet naar, maar straks met de inzamelbakken moeten ze de keten zeker een keer uitleggen. Bezoek de website van GO-OFF om meer te weten te komen over hun circulaire product.

 

Meer weten?

Ga ook aan de slag met een circulair ontwerp om een positieve impact te maken op de toekomst. Wij helpen je graag op weg. Neem daarvoor vrijblijvend contact met ons op of vraag een offerte aan op onze website.

Op 12 maart 2024 kwam de kunststofindustrie samen in Almelo voor het Kunststof Seminar Circulaire Transitie: De Potentie van Biobased Kunststoffen. De bezoekers werden geïnformeerd over biobased kunststoffen en de vele toepassingsmogelijkheden daarvan. Toonaangevende sprekers vertelden over hoe zij de stap naar Biobased kunststoffen hebben gemaakt. Hier lees je een beknopte terugblik van wat er deze middag allemaal aan bod kwam.

Gerrit Hiemstra

 

Onze bezoekers werden ontvangen met een heerlijke lunch om de middag goed te starten en te netwerken. Het plenaire programma ging van start met Gerrit Hiemstra, medeoprichter van Oarshûs biobased bouwen. Als voormalig meteoroloog startte hij met het benadrukken van de noodzaak voor verandering. Klimaatverandering vraagt om een verandering als persoon en als industrie. Een van de oplossing is door gebruik te maken van biobased oplossingen. Er werden zelfs concrete project ideeën naar voren gebracht als kansen in de bouw.

“Er liggen concrete kansen in de bouw voor biobased materialen.”

Aldus Gerrit Hiemstra | Oarshûs

Na deze mooie eyeopener, gaf Erwin Zant van Polymer Science Park een introductie over biopolymeren die goed werd ontvangen door het publiek. Een mooie start om de deelsessies in te gaan en te focussen op de mogelijkheden en uitdagingen van biopolymeren.

 

 

Biopolymeren, hoe nu verder?

Biopolymeren willen toepassen is mooi, maar kan impact hebben op je welke technieken komen erbij kijken en voor welke toepassingen is het geschikt? Kortom, hoe kun jij het toepassen in jouw producten?

Een van de sprekers in de deelsessies was Braskem. Zij bieden mogelijkheden met hun bio-PE, waarna hun distributeur FKUR een vertaling heeft gemaakt naar de toepasbaarheid van biopolymeren. Milad Goldkaram van TNO vertelde welke ontwikkelingen er zijn op het gebied van AI om (snel) nieuwe biopolymeren of product eigenschappen te ontwikkelen. Maar wat zijn de drijfveren achter het gebruik van biopolymeren? Daar ging Remy Jongboom van Senbis op in.

Parallel aan de sprekers hierboven, was er nog een inspirerende deelsessie met Rodenburg Bioplastics die een duurzamer alternatief biedt voor olie gebaseerde kunststoffen door gebruik te maken van aardappelzetmeel.

 

“Misschien is het nog niet mogelijk om alle materialen te vervangen met een duurzamer alternatief, maar met kleine aanpassingen heb je ook al een positieve impact.”

Rick Hagenaars | Rodenburg Bioplastics

PHA is ook een natuurlijke vervanger voor olie gebaseerde kunststof, en dat is wat Paques Biomaterials produceert. PHA is over het algemeen erg goed biologisch af te breken en toepasbaar in veel end-to-end mogelijkheden. Helian Polymers is compoundeur van PHA’s en heeft de afgelopen 2 jaar geleerd dat er een aantal kritische (succes) factoren zijn zoals de verwerking, functionaliteit en prijs. Dit heeft geleid tot het ontwikkelen en testen van meerdere formuleringen voor PHA met als doelmarkten verpakkingen, persoonlijke verzorging, agricultuur, horticultuur en 3D-printen.

Dat gedegen onderzoek kan leiden tot de ontwikkeling van nieuwe monomeren bewijst Gert-Jan Gruter van Avantium. Zij ontwikkelden PEF uit volledig hernieuwbare bronnen. Met zo min mogelijk energiegebruik en geen massaverlies. 1 kilo biologisch materiaal moet ook weer 1 kilo monomeer opleveren. De door hen ontwikkelde PEF is het duurzame alternatief voor PET met betere barrière-eigenschappen.

 

 

Hoe ga jij biopolymeren toepassen?

Met alle kennis die tijdens het seminar opgedaan is, kunnen de aanwezigen gelijk aan de slag met biopolymeren. Daarbij is de vraag, hoe ga jij biopolymeren toepassen? Polymer Science Park helpt jouw bedrijf graag bij het testen en ontwikkelen van jouw duurzame product. Neem vrijblijvend contact met ons op en ontdek de mogelijkheden.

Zet ook alvast het volgende Kunststof Seminar op 14 november 2024 in jouw agenda.

 

 

Heb je een vraag?

Bel ons op 085 483 7800 of maak gebruik van het onderstaande contactformulier.

Privacyoverzicht

Deze site maakt gebruik van cookies, zodat wij je de best mogelijke gebruikerservaring kunnen bieden. Cookie-informatie wordt opgeslagen in je browser en voert functies uit zoals het herkennen wanneer je terugkeert naar onze site en helpt ons team om te begrijpen welke delen van de site je het meest interessant en nuttig vindt.